Dossiers

Expo Ledoux

#agedor #Ledoux100

Van het zachtste staal: Jacques Ledoux, pionier en architect van het Belgisch filmarchief

 Guillaume Ardiaco

Een overzichtstentoonstelling lijkt niet meer dan gepast om zijn verhaal onder de aandacht te brengen. Met zijn enthousiasme, toewijding, passie en doorzettingsvermogen heeft Ledoux van het Belgisch filmarchief een internationale referentie gemaakt. Toch lijkt een expositie genoemd naar en volledig opgebouwd rond Jacques Ledoux op het eerste gezicht een beetje te wringen met de extreem private persoon die de man altijd is geweest - over zijn privéleven sprak hij nooit - maar Ledoux greep wél elke kans aan om zijn werk wereldkundig te maken, dus focust ook de expo nadrukkelijk op zijn verwezenlijkingen en niet op de mens. Het resultaat is de presentatie van een levenswerk.

Ledoux’s belang voor het huidige CINEMATEK en voor filmconservatie in het algemeen ontdekken we via een reeks objecten, naslagwerken, brochures, notities, telegrammen, brieven, foto’s, affiches en filmbeelden die zowel de mijlpalen als het geduldige veld- en studiewerk belichten. Via kattebelletjes en notities leren we hoe wat eerst slechts plannen en ideeën waren niet lang daarna tot statuten, fundamenten en concrete initiatieven transformeerden. Postkaarten, telegrammen en (geïllustreerde) brieven van Marguerite Duras, Federico Fellini, Chris Marker, Agnès Varda, Robert Aldrich en van zowat elke cineast van de Nouvelle Vague/Cahiers du Cinéma generatie illustreren zijn persoonlijke relatie met internationale filmmakers. Zijn steun voor hun werk en oeuvre leverde hun dankbaarheid en ook vaak vriendschap op. Zo wordt Ledoux nadrukkelijk bedankt in de opdracht van boeken van P. Adams Sitney, een belangerijke historicus van de avant garde cinema, en Martin Scorsese in Scorsese on Scorsese.

De figuur van Ledoux is verweven met de geschiedenis van het archief, maar ook verweven met de filmgeschiedenis zelf.

Hij stelde de collectie open aan filmmakers voor studiedoeleinden (toen Truffaut zijn boek over Hitchcock voorbereidde, kwam hij naar Brussel om het werk van de cineast te kunnen bestuderen) of om hun cinefiele honger te kunnen stillen (wat Godard niet in Parijs kon zien, bekeek hij tijdens een citytrip naar Brussel). Maar Ledoux hielp makers ook om aan kopijen van hun eigen werk te geraken.

We vinden het de dag van vandaag normaal dat we met een paar muisklikken aan legale of illegale films kunnen geraken, maar we vergeten maar al te vaak dat die beschikbaarheid te danken is aan pioniers zoals Ledoux (en natuurlijk ook zoals Iris Barry, Henry Langlois, Jerzy Toeplitz, Ernest Lindgren, … en de vele privé verzamelaars) die beseften dat verzamelen, bewaren, eventueel kopiëren en zo mogelijk restaureren essentieel waren voor het filmpatrimonium. Zij wisten al lang dat nitraat niet geduldig is.

Brief van Buñuel aan Ledoux Bea Borgers

Een brief van Buñuel in de tentoonstelling is daarvan een opmerkelijk voorbeeld: hij verzoekt Ledoux in 1971 om voor hem een negatief te maken van zijn film L’Âge d’or (1930) voor de Anthology Film Archives (een internationaal centrum voor de conservatie, de ontsluiting en de studie van vooral experimentele of avant-garde film) van Jonas Mekas.


Romantisch

De tentoonstelling is chronologisch en thematisch opgebouwd. We krijgen inzage in de vroegste cinefiele activiteiten van Ledoux, zoals zijn betrokkenheid bij de filmclub Camera Obscura, bij de oprichting van een filmmagazine, Travelling, of bij filmvertoningen in Brussel. Vanaf 1949 werd hij de conservator van het filmarchief, dat in 1962 het predikaat ‘koninklijk’ kreeg (dat was blijkbaar geen bijzondere verdienste, dat gebeurde automatisch.) Ledoux werd ooit door een criticus omschreven als een ‘romantisch conservator:' hij was zich ervan bewust dat filmmateriaal kwetsbaar is en dat dood en verval in het medium ingebakken zitten, maar dit mocht niet tot het levend begraven (in tombes/filmblikken) van de artefacten leiden. Met andere woorden, de films moesten ook beleefd en gevoeld worden door een publiek. Aan perfect bewaarde en beschermde filmkopijen, opgesloten in de bunker van de collectioneur, had hij geen boodschap. Uiteraard konden enkel die kopijen waarvan de staat als niet-precair werd geacht, worden getoond.

Een overzicht van de programma’s die in de loop der jaren te zien waren in het Brusselse Filmmuseum doet watertanden. In mijn geboortejaar kon je naar een retrospectieve van Nicholas Ray en Jean Gabin gaan kijken (het is dus niet verwonderlijk dat ik van cinema ben gaan houden). In 1971 voorvoelde het filmmuseum onze hedendaagse obsessie met (super)helden in een programma getiteld ‘Superhelden van vroeger en nu’.

En in 1968 al werd een heel maand exclusief gewijd aan films van vrouwelijke makers (les femmes derrière la caméra). De programmatie van het filmmuseum was doorheen de jaren breed, inclusief, verrassend, verleidelijk, uiteenlopend. Hoewel Ledoux vanaf de jaren zeventig werd bijgestaan in de programmatie door onder andere (de latere conservator) Gabrielle Claes, bleef hij nauw betrokken. Zo haalde hij in 1988 persoonlijk de Indische cineast Satyajit Ray op aan de luchthaven, en hij had eraan gedacht om een Kuifje stripalbum mee te brengen voor zijn zoontje.

Naast een plek om filmgeschiedenis en cultuur te gaan beleven werd het filmarchief ook een plaats waar filmpublicaties, affiches, foto’s en documentatie kon worden geraadpleegd, met andere woorden een plaats voor verdieping en studie. Misschien wel het allermooiste, en iets wat benijd wordt tot in het buitenland, was de kleine zaal die hij opende om (toen) dagelijks stille films te vertonen met live pianobegeleiding. (Onlangs verscheen een charmant boekje bij CINEMATEK waarin huispianist Fernand Schirren het geheim van een goede filmbegeleiding verklapt. Het ondeugende antwoord heeft iets met het tactiele te maken…)

 Bea Borgers

Foto's van FIAF conferenties én een heel bijzondere brief door cineasten van de Nouvelle Vague aan Ledoux

Mythisch

Naast zijn rol in het FIAF (Fédération Internationale des Archives du Film) als secretaris generaal (17 jaar lang), zijn onvermoeibare taak als conservator van het archief (40 jaar lang), zijn ijver voor een breder platform voor de geanimeerde film, zijn werk als programmator van het filmmuseum, de verdere uitbouw van de collectie (sinds 1938 verzamelde de cinematheek 71 857 titels) riep Ledoux ook drie belangrijke langlopende initiatieven in het leven: de L’Âge d’or prijs, Filmvondsten (Cinédécouverts) en de decentralisatie.

Met de L’Âge d’or prijs wilde hij de moedige, onderzoekende, experimenterende filmmakers, die van platgelopen paden durfden af te wijken, een kans geven. Kernwoorden waren poëtisch, subversief en origineel. De naam van de prijs was natuurlijk betekenisvol, de gelijknamige film van Buñuel was voor Ledoux immers een referentiepunt voor het soort van vormelijke en inhoudelijk dwarse of speelse cinema die de prijs wilde bekronen. Kritisch onderzoek van het medium werd dus aangemoedigd en op deze manier was het filmarchief ook actief betrokken bij de cinema van het heden, niet alleen gericht op de conservatie van het verleden, maar ook een facilitator, misschien zelfs een inspirator, voor contemporaine cinema. Eén van de meest directe bijdragen aan de filmgeschiedenis is de filmpellicule van Gevaert die Ledoux schonk aan de beginnende Amerikaanse filmmaker Martin Scorsese.

Filmvondsten (sinds 1979) richtte zich dan weer op jonger en internationaler talent en had als doel de distributie van onuitgegeven waardevolle films mogelijk te maken. Dankzij de oprichting van de decentralistatie van klassieke en hedendaagse films (een collectie films uit het archief waarvan de rechten door de cinematheek geregeld werden) werd het mogelijk voor scholen, bioscopen, filmclubs en culturele instellingen om filmklassiekers en ook enkele meer obscure titels op pellicule te vertonen aan een betaalbare prijs. (Sinds 2020 is de decentralisatie quasi-volledig digitaal en kunnen ook webplatforms films uit de collectie vertonen.) Tenslotte mag ook het festival van de experimentele film, EXPRMNTL, niet onvermeld blijven. Tussen 1949 en 1974 vonden vijf edities van het festival plaats tussen kerstmis en nieuwjaar in het casino van Knokke-Le-Zoute. De mondaine locatie kon in die periode worden ingenomen door toen jonge filmmakers zoals Peter Kubelka, Stan Brakhage, Walerian Borowczyk, Agnès Varda, Bruce Conner en Kenneth Anger. Brecht Debackere maakte in 2017 een documentaire over dit festival, dat na al die jaren terecht een mythisch aura heeft gekregen.

Lijstjes

We leren ook dat Ledoux een verwoed ‘lijstjesman’ was (de vele kaartjes in de expo tonen aan dat hij graag gedachten neerpende, bullet points, stappenplannen): hij maakte lijstjes van de punten die hij wilde verwezenlijken als voorzitter van het FIAF, lijstjes van films die hij wilde zien, lijsten van films die hij wilde programmeren, lijstjes van de beste films aller tijden (volgens anderen), lijstjes van de meest ondergewaardeerde films aller tijden (volgens anderen) en op basis van bestaande lijstjes maakte hij nog meer lijstjes (per titel, per regisseur, per land, per thema…)

Hij heeft zelf altijd geweigerd om een lijst te maken van zijn favoriete films (een terughoudendheid die zeker gepast was), en enkel in 1988 maakte hij op vraag van zijn vriend Huub Bals, de toenmalige directeur van het International Film Festival van Rotterdam, een selectie van ‘flamboyante films.’ Deze selectie warmbloedige films wordt de komende maanden vertoond in CINEMATEK. Vurige Italiaanse diva-cinema zoals het toepasselijk getitelde Il Fuoco (Pastrone 1915) treffen we aan naast Freaks, het buitenbeentje van de MGM studio (van Tod Browning uit 1932), Caniche van Bigas Luna (een L’âge d’or laureaat in 1981), Female Trouble (een camp melodrama van John Waters uit 1974), Foolish Wives (immorele zedenlessen van de immer oneerbiedige Von Stroheim uit 1922), allemaal films die op hun eigen manier barok, ostentatief, zinnelijk, intens, baldadig, brutaal, opulent of overladen te noemen zijn. Kortom: flamboyant.

Christophe Piette, de curator van de tentoonstelling smokkelde overigens toch enkele details de tentoonstelling binnen die discreet en respectvol hinten naar de mens Ledoux, zoals de zeep-dispensers die hij liet plaatsten in de toiletten van het oude filmmuseum (nadat zijn alert oog deze sierlijke gebruiksobjecten op een reis in Duitsland had opgemerkt) of een foto waarop hij met één van zijn andere passies - het marionettenspel - te zien is. Ook een blikken filmdoos waarin een spoel van Nanook of The North (Flaherty 1921) werd bewaard, staat in een vitrine, zodat we niet anders kunnen dan terugdenken aan het bekende verhaal van hoe een jonge Ledoux, toen hij ondergedoken leefde tijdens de tweede wereldoorlog, een kopij van de film ‘vond’ in zijn schuilplaats. (‘Vond’ schrijf ik tussen aanhalingstekens omdat ondertussen is gebleken dat Ledoux de film niet zomaar gevonden heeft maar wel degelijk ooit aankocht in Brussel. Het is wel zo dat hij in het klooster waar hij lang ondergedoken leefde over een 16 mm projector beschikte en daar dus films kon bekijken.) Deze filmvondst bezegelde zijn verdere levensloop als redder en ridder van de zevende kunst. Het is een persoonlijk verhaal natuurlijk, maar de symboliek ervan overtreft het private en het concrete.

Natuurljk moet het levenswerk dat de expositie zo liefdevol toont ook (misschien vooral) beleefd worden in de filmzaal zelf. De échte erfenis van Ledoux is de indrukwekkende collectie bewaarde films, en daarbij ook en zelfs vooral de kleinere films, de experimentele films, de lelijke eendjes, de cultklassiekers, de films gemaakt door vrouwen en minderheden. Het besef dat de toegang tot (klassieke) films uit de hele wereld, uit de hele filmgeschiedenis een voorrecht is waarvoor passioneel geleefd en gestreden is: het zou ons bij elke vertoning stil moeten krijgen.


Detail expo Ledoux  Bea Borgers

Tot februari 2022 herdenkt CINEMATEK Ledoux via de tentoonstelling en diverse filmvertoningen en lezingen.

Op 26 oktober, de verjaardag van Jacques Ledoux, staat een vertoning van La Jetée (Marker 1963) gepland.

Over de auteur:

Anke Brouwers (1980) is auteur en als filmdocent verbonden aan de School of Arts/HoGent.