CINEMATEK heeft naast de filmcollectie ook een collectie belangrijke pre-cinema objecten en cinematografische objecten, zoals bijvoorbeeld toverlantaarns, schaduwtheaters en camera's. Een gedeelte van deze collectie staat opgesteld in onze Wunderkammer.


Geschiedenis van de film in 9 objecten van CINEMATEK

11e eeuw

1. Camera obscura

Met een camera obscura kan je beelden van buiten opvangen in een zwarte doos. Door één kleine opening in de doos valt het licht binnen op de tegenoverliggende wand. Licht verplaatst zich altijd rechtlijnig dus de lichtstralen kruisen elkaar in het gaatje en het beeld vormt zich omgekeerd op de wand. Het principe wordt voor het eerst vermeld in de 11de eeuw en in de volgende eeuwen door meerdere wetenschappers bestudeert. De camera obscura wordt later het hoofdbestanddeel van het fotoapparaat of de filmcamera. Er wordt een lens aangebracht in de opening en een lichtgevoelige laag geplaatst op de tegenoverliggende wand.

1629 - 1695

2. De toverlantaarn

en de toverlantaarn plaatjes

De toverlantaarn is een omgekeerde camera obscura waarmee een op glas geschilderd beeld op een scherm kan worden geprojecteerd en is dus het eerste projectietoestel van stilstaande beelden. De toverlantaarn is in gebruik vanaf de 18de eeuw maar werd zeer populair in de 19de eeuw. Met de uitvinding van de fotografie werden fotografische platen geprojecteerd. Een groot deel van de toverlantaarns uit onze collectie wordt getoond in de Wunderkammer. Van de plaatjes daarentegen wordt slechts een fractie getoond. Er zijn ongeveer 1200 toverlantaarnplaatjes in de collectie. Deze is zeer divers gaande van speelgoedlantaarnplaatjes tot professionele platen die gebruikt werden door lanternisten.

(datering: 17e eeuw, eerste beschrijving door Christian Huygens)

1825

3. De thaumatroop

Dit optisch speelgoed is een kartonnen schijfje met aan beide zijden een tekening die elkaar aanvullen zoals de vogel en de kooi. Wanneer men het schijfje snel laat ronddraaien d.m.v. de touwtjes op de uiteinden dan smelten de twee beelden samen in één beeld en zit de vogel in de kooi. Het toont heel simplistisch de nawerking van een visuele waarneming, een wetenschappelijke bevinding.

Alle thaumatropen uit de collectie zijn te zien in de Wunderkammer.

1832

4. De fenakistiscoop

Joseph Plateau vond in 1832 de oplossing om een beweging die vooraf ontleed was terug samen te stellen. Hij tekende op de rand van een ronde schijf 16 tekeningen die elk een fase voorstellen van een beweging, bv een danser die een pirouette maakt. Tussen de tekeningen waren gleuven gemaakt. De andere kant van de schijf was zwart. Plateau liet de schijf met de tekeningen naar een spiegel gericht draaien. Zo zag hij telkens een tekening doorheen de gleuf, daarna zwart en daarna de volgende tekening. Door de snelle opeenvolging van die verschillende beelden met telkens zwart (= sluiter) tussen krijgt men een samenstelling van vooraf ontleedde beweging en dat door de nawerking van een visuele waarneming. De sluiter is later cruciaal bij de ontleding (camera) en de samenstelling (projector) van de beweging.

In de Wunderkammer vind je enkele schijven uit onze collectie alsook een groot model van de fenakistiscoop.

1877

5. De praxinoscoop

Emile Reynaud vond in 1877 met zijn praxinoscoop een andere manier om een samenstelling van een beweging te maken waarbij de beelddefinitie beter was.De praxinoscoop is een cilinder met in het midden een prisma van spiegels, evenveel spiegels als er tekeningen zijn op de strook aan de binnenkant van de cilinder. Wanneer bij rotatie van de cilinder een spiegel in plaats van een ander komt met daarin de tekeningen weerspiegeld krijgt men de samenstelling van de beweging. De gemeenschappelijke ribbe zorgt voor een breuk in de waarneming, een sluiting door optische compensatie.

Optische compensatie wordt nog steeds gebruikt in visietafels, waarmee films in het depot geverifieerd worden voor een vertoning in onze zalen.

De grote praxinoscoop met de messenwerper is te zien in het museum.

1893

6. De Kinetoscoop

van Edison en de 35mm film.

Edison bedacht voor gebruik in zijn kinetograph en in zijn kinetoscoop een transparente film met gevoelige laag. Na vele testen komt hij tot een 35mm formaat met de op zijkanten telkens 4 perforaties per beeldhoogte. Deze zijn cruciaal bij de regelmatige voortbeweging. Het 35mm formaat is nagenoeg ongewijzigd gebruikt tot de overschakeling naar digitale technieken. De kinetoscoop van Edison (1893) is een toestel waarin een korte film in een ononderbroken lus zat en door 1 persoon door de kijkopening kon bekeken worden. Het is geen projectie. Er werden in Amerika en later ook in Europa zalen geopend met rijen kinetoscopen.

In het museum staat een werkende Edison kinetoscoop.

1895

7. De Cinématographe Lumière

De cinematograaf was de perfecte uitvinding; het apparaat is nauwelijks groter dan een fototoestel en kon opnemen zowel als projecteren. De gebroeders Lumière hebben een perfecte oplossing gevonden voor de gelijkmatige voortbeweging van de pellicule namelijk een afgeronde driehoek die een centrale as bedient waarop de grijpers staan die de pellicule telkens een beeldhoogte naar trekken. Op die centrale as staat ook de sluiterschijf die het opnamevenster afschermt tijdens het bewegen van de pellicule. De Lumière’s namen op met een snelheid van 16 beeldjes per seconde. Naarmate men vordert in de tijd gaat men sneller opnemen van 18 beeldjes tot 24 beeldjes per seconde. Bij de analoge klankfilm ligt de snelheid vast op 24 beeldjes per seconde. Bij digitale film ligt de opname snelheid niet meer vast.

In de Wunderkammer staat een exacte replica met een mechanisme dat de werking gedetailleerd toont.

de jaren 1950

8. Bauer 35 mm projector

De Bauer B11 dateert van de jaren 1950 is de Rolls Royce onder de projectoren. Het is de oudste projector in werking in CINEMATEK. Hij wordt nog steeds gebruikt om films te tonen voor de zaal Plateau. Er zijn in al die jaren enkel aanpassingen gebeurd met betrekking tot de klankweergave.

20e eeuw

9. Cameflex 35 mm

 ©Bea Borgers

Met deze Cameflex filmde Freddy Rents de film « Déjà s’envole la fleur maigre » van Paul Meyer. (De film werd door CINEMATEK gerestaureerd en uitgegeven op DVD.) De camera werd aan CINEMATEK gedoneerd door Marc Rents. CINEMATEK aanvaardt altijd donaties van projectoren en camera’s voor haar collecties.



Meer geschiedenis van de film ontdekken?

Boek dan zeker een begeleide rondleiding in onze Wunderkammer voor je familie, je vriendengroep of je school.


Toegang tot de OBJECTEN

Start je archiefonderzoek hier, contacteer ons…

Cinematek Website 1

Toegang tot de OBJECTEN

Reserveer objecten uit onze collecties voor je tentoonstelling of set.

Cinematek Website 38

Toegang tot de OBJECTEN

Heb je een object uit de filmgeschiedenis en wil je het aan het filmarchief schenken, contacteer ons.

Cinematek website 168