Dossiers

08.12 > 14.02

60 jaar Algerijnse cinema

www.cinematek.be

Rond de 60e verjaardag van de Algerijnse film

CINEMATEK stelde ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de onafhankelijkheid van Algerije een selectie van Algerijnse films samen die dit uniek filmland alle eer aandoen. Voor de ontwikkeling van dit programma van 21 films hadden we contact met filmmakers Chafik Allal, Kamel Dehane en Yasmine Chouikh, en ook met Hakim Abdelfettah, een filmprofessional, en hebben we de steun gekregen van de Algerijnse ambassade in Brussel.


Ook filmhistoricus en -programmator Olivier Hadouchi is betrokken bij dit project. Hij presenteert op 21 januari de documentaire van William Klein over het pan-Afrikaanse festival van Algiers, met beelden van parades, dansen, concerten, voorstellingen, maar ook toespraken tijdens het festival. Deze film werd volledig gefinancierd door Algerije, met teams van filmmakers en technici uit Algerije en elders.

Wij vroegen deze filmmakers naar hun mening over het programma als geheel, en ook welke films zij in het bijzonder willen aanraden en uitlichten.

Vanaf het begin van het project wees filmmaker Chafik Allal erop dat dit een programma zou worden en geen retrospectieve. Onze aanpak is niet-exhaustief en subjectief. Toch is de algemene reactie van onze partners, academici, filmmakers, journalisten en kunstenaars dat deze 21 films een goed beeld geven van de rijkdom en diversiteit van de Algerijnse film.

“De Algerijnse cinema die net voor de onafhankelijkheid het levenslicht zag, werd een nationale cinema met pioniers als Tahar Hannache, en daarna Djamel Chanderli, die zich tijdens de onafhankelijkheidsoorlog aansloot bij het maquis en de filmafdeling van het FLN en de GPRA (Voorlopige Regering van de Algerijnse Republiek) in Tunis”, vertelt filmhistoricus en programmator Olivier Hadouchi. "Deze cinema begon zich te ontwikkelen tijdens de oorlog en was jarenlang een van de meest dynamische cinema's van Afrika.”

Yasmine Chouikh


Hadouchi merkt op dat de Algerijnse cinema, hoewel die een aanzienlijk aantal films telt, nog steeds weinig bekendheid geniet. “Dit is een uitstekende gelegenheid om je erin te verdiepen en je te laten verkwikken door diversiteit, engagement en ‘vrouwelijke’ cinema.”

Yasmine Chouikh, regisseur en journalist, ziet “gezichten, mentaliteiten, kleuren, verleden en toekomst, een reeks ideeën en gedachten die soms zachtjes, soms pijnlijk naast elkaar bestaan; allemaal in dezelfde films en op hetzelfde scherm”.

“Het brede spectrum van het leven wordt verkend”, zoals Olivier Hadouchi zegt, “de Algerijnse cinema heeft kunnen nadenken over de eigen geschiedenis en zelfs over de geschiedenis van het land, door periodes als de onafhankelijkheidsoorlog of het zwarte decennium te behandelen, maar ook het dagelijkse leven van de Algerijnen”.

De beginjaren

“De eerste films werden duidelijk gemaakt als reactie op het heersende koloniale tijdperk” – benadrukt Ali Mokrani, ambassadeur van Algerije in Brussel, “deze eerste generatie filmmakers vertelt over de strijd voor emancipatie en vrijheid, de weerspiegeling van het dagelijkse leven en de actieve deelname door vrouwen. De rijkdom van de scenario’s, het hoge niveau van de filmprofessionals, de liefde van de burger voor de Algerijnse film, de hoeveelheid aan coproducties met filmmakers en landen van wereldreferentie in de zevende kunst zoals Italië valt meteen op. Kent u de eerste en enige op Arabisch-Afrikaans film bekroond met de Palme d’Or op het Festival van Cannes in 1975? Deze rijkdom van het cinematografische erfgoed wordt door het Algerijnse filmarchief bewaard.”

In de beginjaren tonen films de een ‘formele’ kant van de vrijheidstrijd, “met engagement, politieke gevoeligheid en verbondenheid met progressieve elites”, voegt filmmaker Chafik Allal eraan toe. Kortom, een ‘poëtisch-politieke’ cinema.

“Deze beelden van de bevrijdingsstrijd zijn expressief en getuigen van de hardheid en wreedheid van het Franse koloniale tijdperk”, vervolgt ambassadeur Ali Mokrani, “de scenario’s zijn vaak ontleend aan de grote Algerijnse schrijvers en dragen bij tot de consolidatie van het historisch geheugen, met name in de eerste postkoloniale periode van de strijd tegen de vergetelheid en voor de waardering en bescherming van de ontnomen en herwonnen vrijheid.”

Olivier Hadouchi wijst op de film van Kamal Dehane over de dichter Kateb Yacine, een groot Algerijns schrijver die bekend staat om zijn kritische blik en vrijheid van toon, en op de film van Assia Djebar, ook een belangrijk schrijfster.

Waar beginnen?

Kamal Dehane situeert een aantal films binnen het dekolonisatieproces en raadt in de eerste plaats Tahia Ya Didou ! van Mohamed Zinet aan, die voor hem “de essentiële film” blijft in de cinema van het onafhankelijk Algerije.

Olivier Hadouchi is het daarmee eens: “Het is een poëtische film die soms dialogeert met de burleske cinema van Keaton of Tati, maar tegelijkertijd diep geworteld is in het leven van Algiers.”

Kamal Dehane voegt een favoriet aan zijn lijst toe: Algérie année zéro van Marceline Loridan-Ivens, een documentaire gefilmd in de eerste dagen van de Algerijnse onafhankelijkheid, is diep ontroerend. Hij merkt ook op dat deze film destijds verboden was in Frankrijk en Algerije!

Papicha, Mounia Meddour

Yasmine Chouikh besluit heel mooi met deze woorden, die wij op onze beurt onderstrepen: “Ik hoop dat iedereen zoveel mogelijk films komt bekijken, want dit programma is eclectisch en elke filmmaker brengt zijn of haar eigen universum naar het scherm. Je kunt je in de ene film wel en in de andere niet vinden, maar zeker is dat je Algerije even divers zult vinden als zijn kunstenaars en inwoners”

Regisseur Kamel Dehane is het daarmee eens en wijst erop dat steeds meer jonge filmmakers de verhalen van individuele burgers onderzoeken, zoals Papicha en 143 rue du Désert van H. Ferhani. Chafik Allal bevestigt dit: “De afgelopen vijftien jaar kwam een jonge generatie, verbonden met de rest van de wereld, vol talent en onafhankelijk van instituties, bijeen op een geweldige plek om over cinema te praten (de Rencontres Cinématographiques de Béjaïa): dynamiek, creativiteit en diversiteit floreren.”

Het opvallende evenwicht tussen films van vrouwelijke regisseurs en films van mannelijke regisseurs

Films over en door vrouwen zijn zeer aanwezig in dit programma, waarin de ‘gender’-dimensie is geïntegreerd, aldus Chafik Allal, die in het bijzonder denkt aan het sterke personage van Nahla, die “misschien het wrak van de Arabische wereld vertegenwoordigt”. In deze film van Farouk Beloufa, opgenomen in Beiroet en Libanon midden in de burgeroorlog, “zien we de blik van vrouwen in complete verwarring, op de rand van een zenuwinzinking”.

In een ander register is er een historisch sterke sequentie die de zeer krachtige deelname van vrouwen tijdens De Slag om Algiers toont: in deze film zien we drie vrouwelijke FLN-strijders – Zohra Drif, Samia Lakhdari en Djamila Bouhired – die zich voorbereiden om de kashba te verlaten en bommen te plaatsen in Franse kolonistengebieden. Ze verwijderen hun abaya's, brengen make-up aan, knippen en verven hun haar, en kleden zich om in Franse kleding. Deze krachtige sequentie is het onderwerp geweest van veel debat over de rol van vrouwen in revolutionaire strijd, maar ook over religie, performance en de afbeelding van gender.

La battaglia di Algeri, Gillo Pontecorvo

De toe-eigening van cinema als strijdpunt lijkt trouwens goed vertegenwoordigd te zijn in films gemaakt door vrouwen: het doet deugd de komst van een relatief groot aantal vrouwelijke filmmakers in het veld te constateren. Chafik Allal merkt op dat “er veel meer ‘erkende’ vrouwelijke regisseurs zijn dan vroeger en dan in veel Europese landen”. Zij brengen onderwerpen op het scherm die te maken hebben met de toe-eigening van de openbare ruimte door vrouwen en de strijd voor emancipatie, maar ook met opvattingen over de geschiedenis van Algerije (À Mansourah, tu nous as séparés) of over actuele kwesties als jeugdwerkloosheid en migratie die belangrijk worden geacht binnen de samenleving (Nar van Meriem Achour-Bouakkaz).

Afrondende aanbevelingen

Onze gesprekspartners zijn het erover eens dat het moeilijk is één film te kiezen uit de vele grote cinematografische werken in het programma 60 jaar Algerijnse film dat in Brussel wordt voorgesteld. Ambassadeur Ali Mokrani, die trots is op en blij is met dit programma, raadt alle films in het programma aan! “Met een lichte voorkeur voor: Chronique des années de braise, Gouden Palm in 1975, La Bataille d’Alger, Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië in 1966, en Omar Gatlato, geselecteerd in Cannes in 1977. De film van Merzak Allouache, die een facet van de Algerijnse persoonlijkheid toont via een hoofdstadsbewoner, bevat ook uitzonderlijk expressieve beelden.”

Rachida, Yamina Bachir-Chouikh

Voor Yasmine Chouikh raakt het programma sterk aan haar familiegeschiedenis. “Om een film van mijn vader (El kalaa), een film van mijn moeder (Rachida) – een klein eerbetoon aan mijn geliefde moeder die vertrokken is maar die samen met ons (onze) films blijft maken – en mijn eigen film (Tot het einde der tijden) in dezelfde cyclus te zien, is tegelijk heel aangenaam en een beetje verwarrend, op een goede manier. Bekijk deze drie films en vergelijk de verschillen, of zie de overeenkomsten van drie filmmakers die onder hetzelfde dak wonen, en die hun films binnen eenzelfde familie hebben gemaakt.”

“Natuurlijk hebben deze films het over drie verschillende contexten; misschien is dat precies waar het om gaat bij het bekijken van deze drie films en, in bredere zin, de andere films in dit programma. Zien welke contexten en tijdperken ze doorkruisen om een ‘poëtisch-politieke’ rode draad te vinden die de verschillende films met elkaar verbindt en ons in staat stelt ons in het grotere verhaal te verdiepen en het kleinere verhaal van ieder van ons in vraag te stellen.” Chafik Allal besluit: “Het is in deze tussenruimtes tussen het intieme en het politieke dat het betoog van deze films zich nestelt. Via emotie, verwarring, een lach en een traan, via het hoofd, de geest, de zintuigen en het lichaam.” 

Allal zal de voorstelling van 04.02.2023 inleiden met enkele woorden over de kortfilm La Parade de Taos van Nazim Djemaï, die de documentaire Nar van regisseuse Meriem Achour voorafgaat. Deze laatste liet ons het volgende weten: “Het is steeds met veel emotie dat mijn blik zich richt op de beelden van hen die ons zijn voorafgegaan. Elk beeld roept voor mij de durf en de volharding op van degene die het heeft vastgelegd. De Algerijnse cinema is voor mij een schreeuw, een schreeuw die men heeft proberen te smoren maar die de stilte blijft doorbreken, verhinderen, een schreeuw die ons tekent, die de contouren schetst van een moeilijke geschiedenis die weigert te wijken of te zwijgen… Het is een uitzonderlijke cinema, kostbaar, elk onderdeel ervan is doorslaggevend voor de compositie van een verhaal waarvan de ademtocht ons van zeer ver bereikt, een ademtocht die ruikt naar bloed, as en tranen. De Algerijnse cinema is ook de getuige van de historische rijkdom van het land, van de complexiteit van de Algerijnse persoonlijkheid, van het gewicht van het onuitgesprokene en hardnekkige taboes, maar ook van de dorst naar een onbetwistbare vrijheid. Deze hommage aan de Algerijnse cinema biedt een bevoorrechte toegang tot een cinema die zichtbaarheid mist, een reis naar de wortels ervan en naar wat de hernieuwing van vandaag mogelijk maakt.”



08.12 > 14.02
60 jaar Algerijnse cinema

In samenwerking met