“Aangezien ik Halewyn niet kon realiseren, overwoog ik om deze tegelijk plastische, psychologische en poëtische tocht in een persoonlijke, uitgesproken moderne vorm en… binnen het bereik van mijn middelen te realiseren. Vandaar het idee van een motortocht, met een voertuig dat, zoals u wel begrijpt, voor mij slechts een rijke dynamische mogelijkheid vormde.” – Charles Dekeukeleire[1]
- Regisseur :
- Charles Dekeukeleire
- Jaar :
- 1928
- Land :
- België
- Acteurs :
- Yonnie Selma
- Film Formaat :
- ZW
- Duur :
- 36'
- Versie :
- ST : FR
Charles Dekeukeleire (1905-1971) is een Belgische regisseur, criticus en schrijver. Nadat hij in zijn jeugd vier avant-gardefilms maakt, richt Dekeukeleire zich definitief op het maken van documentaires, wat hij tot het einde van zijn leven blijft doen. Hij realiseert een honderdtal films. Daarnaast is hij filmcriticus voor verschillende gespecialiseerde tijdschriften en fungeert hij in 1932-1933 als Belgisch correspondent voor “France-Actualités”, onder leiding van Germaine Dulac. Hij is auteur van verschillende boeken, waaronder Réforme du cinéma (met Paul Werrie en Willem Rombauts, 1932), L’Emotion sociale (1942) en Le Cinéma et la pensée (1947). Hij werkt ook voor zowel de Franstalige als de Nederlandstalige Belgische openbare televisie. In 1935 wint hij de Edmond Picard-prijs en wordt hij door Henri Storck omschreven als “de grote voorloper en uitvinder van de filmkunst in dit land”.[2]

Impatience, Dekeukeleires tweede film – nog steeds experimenteel en avant-gardistisch – bestaat uit vier hoofdelementen: “de berg, de motorfiets, de vrouw, abstracte blokken”, zoals aangegeven in de inleiding van de film. Deze vier elementen worden gecombineerd in een reeks ritmische shots van een precies bepaalde duur, in uiteenlopende combinaties en met thema’s als fragmentatie en erotiek.[3] De film wordt soms vergeleken met Ballet mécanique (1924) van Dudley Murphy en Fernand Léger. [4]
De opnameomstandigheden zijn vergelijkbaar met die van Combat de Boxe: de kamer van Dekeukeleire wordt omgebouwd tot studio, maar dan blijkt dat de motorfiets niet naar boven kan worden gebracht, waardoor het team gedwongen wordt de hele set een verdieping lager te installeren. In tegenstelling tot Combat de Boxe wordt Impatience vrij slecht onthaald door het publiek. Te lang, zonder verhaal[5], zelfs aanleiding tot hilariteit tijdens de première in de filmclub van Oostende. Anderen zien er echter een poging in om “zich bovenal te bevrijden van de tirannie van het shot en zijn vier zijden, met andere woorden, een kader”.[6]
[1] FLOUQUET, « En dessinant Charles Dekeukeleire », Aurore (Paris), 22 avril 1929.
[2] H. STORCK, « Charles Dekeukeleire, précurseur méconnu », Revue belge du cinéma 1, 1982, p. 5.
[3] Ph. DUBOIS, « Charles Dekeukeleire ou l’impatience du cinéma », Revue belge du cinéma n°1, 1982, p. 44.
[4] Ph. DUBOIS, p.43 ; K. THOMPSON, « (Re)discovering Charles Dekeukeleire”, Millenium Film Journal n°7/8/9, 1980/1981, p. 119.
[5] F. LABISSE, « Pour disculper ceux qui rièrent », Le Carillon, 20 mars 1929.
[6] J.-M. AIMOT, « Deux films de Charles Dekeukeleire », Le Soir (Paris), 28 juin 1930.



















