Bizarre cinema
Contes Fantastiques
Fantastische sprookjes
Tales of the Macabre and Supernatural
Contes fantastiques
divers, België 1965-1968
Fictie, Fantasy
Jean Delire Noces de plumes
Patrick Ledoux Les Gardiens
Christian Mesnil Non-lieu
Michel Stameschkine Une simple alerte
Jean Delire Ultra je t’aime
Patrick Ledoux Pitié pour une ombre
Lucien Deroisy La Choucroute
Jean Delire La Princesse vous demande
Jean Delire La Maison des cigognes
Emile-Georges De Meyst Le Futur antérieur
Jean-Jacques Péché Le Testament de Mr Breggins
Jean-Louis Colmant Le Voyageur
Françoise Levie
Besprenkeld met regen en nevel, een reeks van 13 fantastische verhalen gepresenteerd door Jacques Brel en Maurice Béjart. “L'Étrange Belge” tegen een achtergrond van Vlaamse en Waalse landschappen.
- Regisseur :
- divers
- Jaar :
- 1965-1968
- Land :
- België
- Film Formaat :
- ZW
- Duur :
- 324'
FANTASTISCHE SPROOKJES
Op basis van een origineel idee van Jean Delire stelt producent Pierre Levie aan de RTB (de latere RTBF) voor om een reeks korte films te maken rond de Belgische fantastische literatuur. Oorspronkelijk moest de reeks Les récits de l’armure cassée (De verhalen van het gebroken harnas) heten. Deze naam is nog terug te vinden in een van de afleveringen, La choucroute van Jean Delire, een “pilootaflevering” in opdracht van Robert Wangermée, algemeen directeur van de zender.[1] Deze film wordt in 1964 vertoond op de zesde editie van het Nationaal Belgisch Filmfestival in Antwerpen en oogst daar enig succes. Dit succes maakt de officiële start van de reeks mogelijk, die bijkomende steun krijgt van de minister van Onderwijs en Franse Cultuur.[2]
Op het moment dat België zijn gouden tijdperk van de fantastiek beleeft, verschijnen Les Contes fantastiques ou Une école belge de l’étrange, een reeks van 13 korte films, geproduceerd tussen 1963 en 1968, elk ongeveer 30 minuten lang, gebaseerd op verhalen van de meesters van het genre Jean Ray en Thomas Owen, maar ook op verhalen van Marcel Thiry, Eric Uytborck en Jean Le Paillot. Om een en ander voor de kijker te verduidelijken, besluit Pierre Levie om aan elke aflevering een korte inleiding[3] toe te voegen, die om beurten wordt gepresenteerd door twee grote persoonlijkheden uit de Belgische culturele wereld, Jacques Brel en Maurice Béjart.
L'Homme qui osa
Jean Delire
L’Homme qui osa
Jean Delire, Belgique 1965, Christian Barbier, Quentin Milo Litinsky, Fernand Léance ⁄ ZW ⁄ 32’ ⁄ V: FR
Jean Delire (1930-2000) is een Belgische regisseur en fotograaf. Al vroeg raakt hij geïnteresseerd in film, richt een filmclub op in Charleroi en maakt zijn eerste kortfilm La Grille ne s’ouvre jamais seule (1949). Tijdens zijn militaire dienst treedt hij toe tot de filmdienst van het leger.[4] Daarna werkt hij als assistent van Charles Dekeukeleire, voordat hij zijn carrière begint bij de RTB (Franstalige openbare televisie). Het grootste deel van zijn carrière brengt hij door bij de televisie, waar hij een breed scala aan producties realiseert, variërend van reportages en documentaires tot culturele programma’s en kortfilms.[5] Als filmmaker regisseert hij slechts één speelfilm, Plus jamais seuls (1969).
Het eerste verhaal uit de reeks, L’Homme qui osa, geïnspireerd op het gelijknamige korte verhaal van Jean Ray, schetst de onrust in een klein dorpje na een reeks verdwijningen in de moerassen.
Terwijl alle hoop om van dit vervloekt moeras verlost te raken verloren lijkt, biedt een voormalige zeeman aan om er een paar dagen door te brengen en het mysterie op te lossen.
De film ontvangt onder meer de prijs voor beste korte fictiefilm en de prijs voor beste filmmuziek (compositie: Yvan Dailly) op het Nationaal Belgisch Filmfestival van Antwerpen in 1966, evenals de onderscheiding Prime et label de qualité, toegekend door het Centre national du cinéma français, in 1967.[6] Ingeleid door Jacques Brel.
Noces de plumes
Patrick Ledoux
Noces de Plumes
Patrick Ledoux, Belgique 1968, Edmond Bernhard, Laeticia Dufer, Kupissooff, Max Renard, Emile Verhoeren ⁄ ZW ⁄ 28’ ⁄ V: FR
Patrick Ledoux (1934-2009) is een Belgische regisseur en muzikant. Hij studeert oorspronkelijk aan het Institut de la Cambre om reclamemaker te worden en volgt daarnaast een opleiding in compositie en muziek.[7] Zijn carrière als filmmaker begint in 1957, wanneer hij deelneemt aan een scenariowedstrijd georganiseerd door de SABAM (Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers). Vervolgens werkt hij aan uiteenlopende audiovisuele projecten, waaronder documentaires en televisiewerk.
Noces de plumes is gebaseerd op de novelle van Eric Uytborck, Dites-moi docteur. De film vertelt het verhaal van Monsieur Basu, die ondanks een perfecte routine plots een droomachtig avontuur beleeft in de ruïnes van een oude kerk, waar een rechtbank zitting houdt (met drie rechters die hem ondervragen). De film ontvangt in 1968 een Antenne de Cristal.[8] Het verhaal, ingeleid door Maurice Béjart, speelt zich voornamelijk af in de abdij van Villers-la-Ville.
Les Gardiens
Christian Mesnil
Les Gardiens
Christian Mesnil, Belgique 1967, Jean Musin, Lucien Froidebise, Guy Leclercq, Claude Grandclaude ⁄ ZW ⁄ 25’ ⁄ V: FR
Christian Mesnil (1940-) is een Belgische regisseur. In 1958 richt hij de filmclub “La Manivelle”[9] op, voordat hij een opleiding regie begint aan het IAD (Institut des Arts de Diffusion), waar hij in 1963 afstudeert. Hij richt ook het theatergezelschap “Les Comédiens du Jeune Tréteau” [10] op, dat hij van 1960 tot 1964 leidt. Hij maakt voornamelijk documentaire kortfilms, wat hem er niet van weerhoudt zich ook te wagen aan langspeelfilms en fictie[11], zoals Vivent les pénitences (1965), Psychédélissimo (1968), L’Amoureuse (1972) en La Question royale (1975).
Les Gardiens is geïnspireerd op de novelle van Jean Ray, Le Gardien du cimetière (1925). We volgen André, een jonge man die doelloos rondzwerft, en op een regenachtige dag wordt opgevangen door de twee bewakers van een oud kasteel. Zij bieden hem aan om de derde bewaker te worden. Voorzien van onderdak en voedsel, neemt André het aanbod aan. Maar geleidelijk aan wordt de jongeman echter steeds zwakker, ondanks de stevige maaltijden en de “krachtgevende” drank die zijn kameraden voor hem bereiden, en verschijnt er een onverklaarbare kleine wond op zijn nek... De film, gefilmd in het kasteel van Mirwart (Saint-Hubert)[12], wint in 1969 op het achtste Nationaal Belgisch Filmfestival in Antwerpen de prijs voor de meest veelbelovende 35 mm-kortfilm van een jonge filmmaker. Ingeleid door Maurice Béjart.
Non-lieu
Michel Stameschkine
Non-lieu
Michel Stameschkine, Belgique 1968, Georges Randax, Georges Bossair, Lucien Salkin ⁄ ZW ⁄ 26’ ⁄ V: FR
Michel Stameschkine (1937-) is een Belgische regisseur. Hij begint zijn carrière in 1962 als assistent-regisseur bij de RTB (Radio Télévision belge) en treedt er in 1964 officieel in dienst. Hij zal er zijn hele carrière blijven, tot in 1992. Hij maakt verschillende programma’s, waaronder vooral het historische programma 14-18 (1964-1968) en de zesdelige documentaireserie Boula Matari (1982-1984), die zich richt op de geschiedenis van de Belgische kolonisatie. Hij werkt ook als regisseur voor de reportageserie Strip Tease (1985-1996).
Non-lieu is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Thomas Owen (1933). Tijdens zijn studies geneeskunde ontmoet Georges Hortobagy Anne, een jonge vrouw van joodse afkomst. Drie jaar lang zijn ze verloofd, maar uiteindelijk verlaat Anne hem om te trouwen met zijn collega van het laboratorium, Léon, die ook joods is. 1940. De Tweede Wereldoorlog breekt uit. Het koppel verschuilt zich niet ver van de woning van Hortobagy, die arts is geworden. Nog steeds gekwetst door zijn breuk met Anne, wreekt hij zich voor deze teleurstelling in de liefde. Echter, nu hij met pensioen is, begint zijn beslissing hem langzaam maar zeker te achtervolgen. De film, geïntroduceerd door Maurice Béjart, wint op het achtste Nationaal Festival voor Belgische Films in Antwerpen[13] de prijs voor het beste debuut van een regisseur, de prijs voor beste fotografie, toegekend aan Emmanuel Bonmariage, en de prijs voor de beste zwart-witfilm op Agfa-Gevaert-film.
Une simple alerte
Jean Delire
Une simple alerte
Jean Delire, Belgique 1968, Jean-Marie Deblin, Marc Audier, Irène Vernal, Yvan Fadall ⁄ ZW ⁄ 27’ ⁄ V: FR
Jean Delire (1930-2000) is een Belgische regisseur en fotograaf. Al vroeg raakt hij geïnteresseerd in film, richt een filmclub op in Charleroi en maakt zijn eerste kortfilm La Grille ne s’ouvre jamais seule (1949). Tijdens zijn militaire dienst treedt hij toe tot de filmdienst van het leger.[14] Daarna werkt hij als assistent van Charles Dekeukeleire, voordat hij zijn carrière begint bij de RTB (Franstalige openbare televisie). Het grootste deel van zijn carrière brengt hij door bij de televisie, waar hij een breed scala aan producties realiseert, variërend van reportages en documentaires tot culturele programma’s en kortfilms.[15] Als filmmaker realiseert hij slechts één speelfilm, Plus jamais seuls (1969).
Une simple alerte, een bewerking van de gelijknamige novelle van Marcel Thiry (1967), vertelt het verhaal van Jean, een failliete zakenman wiens leven aan het kantelen is. Verlaten door zijn vrouw en in de steek gelaten door zijn zakenpartners ziet Jean zijn bezittingen door deurwaarders in beslag genomen worden. Alleen zijn secretaresse blijft hem trouw; zij overtuigt hem ervan zijn zaak voor zijn voormalige partners te bepleiten, maar zonder resultaat. Jean laat zich echter niet uit het veld slaan en neemt afscheid met een vers van Éluard — en sneeuw in het kantoor. Ingeleid door Maurice Béjart.
Ultra je t’aime
Patrick Ledoux
Ultra je t’aime
Patrick Ledoux, Belgique 1967, Frédéric Latin, Paul Louka, Suzy Falk ⁄ ZW ⁄ 28’ ⁄ V: FR
Patrick Ledoux (1934-2009) is een Belgische regisseur en muzikant. Hij studeert oorspronkelijk aan het Institut de la Cambre om reclamemaker te worden en volgt daarnaast een opleiding in compositie en muziek.[16] Zijn carrière als filmmaker begint in 1957, wanneer hij deelneemt aan een scenariowedstrijd die wordt georganiseerd door SABAM, de Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers. Vervolgens realiseert hij uiteenlopende audiovisuele werken, gaande van documentaires tot televisieprogramma’s.
Ultra, je t’aime, gebaseerd op het fantastische verhaal Un tour de cochon van Jean Ray (1958), is een dromerig relaas. Jo krijgt bezoek van zijn oude vriend Grant Mallory. Die wordt gekweld door een terugkerende nachtmerrie over de dood van zijn moeder en zijn zus Nelle – op wie Jo verliefd was – die levend zijn verbrand in hun appartement. Hij smeekt Jo hem te doden om hem van zijn last te bevrijden. Maar helaas is híj het die met deze vreemde nachtmerrie wordt opgezadeld. Ingeleid door Jacques Brel.
Pitié pour une ombre
Lucien Deroisy
Pitié pour une ombre
Lucien Deroisy, Belgique 1967, Gisèle Oudart, Nadine Forster, Lucien Salkin, Yves Larec ⁄ ZW ⁄ 26’ ⁄ V: FR
Lucien Deroisy (1912-1972) is een Belgische regisseur. Tijdens zijn studies politieke wetenschappen aan de UCL (Université Catholique de Louvain) werkt hij als criticus voor de studentenkrant “L’Avant-garde” en is hij medeoprichter van de eerste filmclub van de stad.[17] Vanaf 1933 begint hij zijn filmopleiding als assistent van Henri Storck, waarna hij tussen 1936 en 1939 als assistent, scenarioschrijver en monteur werkt bij Charles Dekeukeleire. Naast een reeks documentairefilms maakt Deroisy slechts één speelfilm, samen met René Micha: Les Gommes (1968), een bewerking van de roman van Alain Robbe-Grillet (Les Gommes, 1953). [18]
Pitié pour une ombre is een bewerking van het korte verhaal Pitié pour les ombres (1957) van Thomas Owen. De graaf van Orfeuil en zijn vrouw ontvangen een jong stel in hun oude familiekasteel. De woning is bijzonder karakteristiek; er bevind zich een liggende sculptuur met de beeltenis van Anne de Coulange, de verre nicht van de graaf. Deze laatste, die wel erg gefascineerd is door zijn jonge gast, krijgt ’s nachts bezoek van een mysterieuze vrouw… Ingeleid door Jacques Brel.
La Choucroute
Jean Delire
La Choucroute
Jean Delire, Belgique 1964, Maurice Schwilden, Jacques Lippe, Fernand Léance ⁄ ZW ⁄ 28’ ⁄ V: FR
Jean Delire (1930-2000) is een Belgische regisseur en fotograaf. Al vroeg raakt hij geïnteresseerd in film, richt een filmclub op in Charleroi en maakt zijn eerste kortfilm La Grille ne s’ouvre jamais seule (1949). Tijdens zijn militaire dienst treedt hij toe tot de filmdienst van het leger.[19] Daarna werkt hij als assistent van Charles Dekeukeleire, voordat hij zijn carrière begint bij de RTB (Franstalige openbare televisie). Het grootste deel van zijn carrière brengt hij door bij de televisie, waar hij een breed scala aan producties realiseert, variërend van reportages en documentaires tot culturele programma’s en kortfilms.[20] Als filmmaker realiseert hij slechts één speelfilm, Plus jamais seuls (1969).
La Choucroute, gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Jean Ray (1947), vertelt het relaas van een oude diamantair die van zijn baas een “vrijkaartje” krijgt om gratis te reizen en van de gelegenheid gebruikmaakt om met de trein zijn oude vriend, een boekhandelaar, te bezoeken. Die laatste leent het vrijkaartje en vertrekt op zijn beurt, vergezeld van zijn hond, naar een verlaten dorp op zoek naar zuurkool. De film wint in 1964 de prijs voor beste fictiekortfilm op het VIde Nationaal Belgisch Filmfestival in Antwerpen.[21] Ingeleid door Maurice Béjart.
La Princesse vous demande
Jean Delire
La Princesse vous demande
Jean Delire, Belgique 1968, Gianni Esposito, Danièle Dennie, Claude Etienne ⁄ ZW ⁄ 27’ ⁄ V: FR
Jean Delire (1930-2000) is een Belgische regisseur en fotograaf. Al vroeg raakt hij geïnteresseerd in film, richt een filmclub op in Charleroi en maakt zijn eerste kortfilm La Grille ne s’ouvre jamais seule (1949). Tijdens zijn militaire dienst treedt hij toe tot de filmdienst van het leger.[22] Daarna werkt hij als assistent van Charles Dekeukeleire, voordat hij zijn carrière begint bij de RTB (Franstalige openbare televisie). Het grootste deel van zijn carrière brengt hij door bij de televisie, waar hij een breed scala aan producties realiseert, variërend van reportages en documentaires tot culturele programma’s en kortfilms.[23] Als filmmaker realiseert hij slechts één speelfilm, Plus jamais seuls (1969).
La Princesse vous demande is gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Thomas Owen (1945). Een beroemde violist wordt gekweld door de angst om zijn handen te verliezen. Tijdens een van zijn optredens merkt hij een jonge vrouw op die hem strak aankijkt, niet applaudisseert, en haar handen verborgen houdt. Even later ontvangt hij een uitnodiging om te verblijven in het kasteel van prinses Rakosi, die niemand anders blijkt te zijn dan de jonge vrouw uit het concert. Zelfs tijdens het diner houdt ze haar handen voortdurend uit het zicht. De kortfilm werd voornamelijk opgenomen in het kasteel van Rixensart. Ingeleid door Maurice Béjart.
La Maison des cigognes
Emile-Georges De Meyst
La Maison des cigognes
Emile-Georges De Meyst, Belgique 1966, Louis Verlant, Gil Lagay, Monique Verley, Nadia Gary, Anne-Marie Ferrières, René Herdé ⁄ ZW ⁄ 26’ ⁄ V: FR
Emile-Georges De Meyst (1902-1989) is een Belgische decorontwerper en regisseur. Na zijn studie grafische kunst in Luik verlaat hij België en vertrekt hij naar Parijs, waar hij zich specialiseert in decors en special effects. In de jaren twintig werkt hij daar onder meer voor Abel Gance[24] en andere regisseurs. Met de komst van de geluidsfilm keert hij terug naar België om zich op het regisseren toe te leggen. Hij maakt films in uiteenlopende genres, van patriottische werken (La Brabançonne (1930), Soldats sans uniforme (1944)) tot diverse literaire bewerkingen (Le Mort (1936), naar een verhaal van Camille Lemmonier).
La Maison des cigognes, gebaseerd op het gelijknamige verhaal Stochhaus ou la maison des cigognes (1960) van Jean Ray, speelt zich honderd jaar eerder af, in Hildesheim, een stad in het noorden van Duitsland. De gepensioneerde kapitein Flanders wijdt zijn dagen aan alchemie, wat een van zijn voormalige matrozen, Bill, ertoe brengt zijn hulp in te roepen. Een mysterieus huis, het huis van de ooievaars, geeft goud aan iedereen die er een vers lijk binnenbrengt. De ene raakt geboeid door het raadsel, de andere door de schat… Ingeleid door Jacques Brel.
Le Futur antérieur
Jean-Jacques Péché
Le Futur antérieur
Jean-Jacques Péché, Belgique 1967, Andy Van Ghendt, Néna Novovitch, Martine Bertrane ⁄ ZW ⁄ 25’ ⁄ V: FR
Jean-Jacques Péché (1936-) is een Belgische docent en filmmaker. Hij volgt aanvankelijk een opleiding natuurkunde aan de ULB (Université Libre de Bruxelles) en geeft les in wiskunde. Uiteindelijk wordt hij assistent van André Delvaux bij diens film Le Temps des écoliers (1962) en van Jean Brismée bij Monsieur Plateau (1964) en André Vésale (1965)[25]. In 1964 doet hij mee aan het toelatingsexamen van de RTB (Radio-Télévision belge, de Franstalige openbare omroep)[26]. Daarna werkt hij vooral aan reportages, onder meer voor het programma Faits Divers met Pierre Manuel. Hij geeft ook les in documentairefilm aan het INSAS (Institut Supérieur des Arts) en aan de HELB-Prigogine (Haute École Libre de Bruxelles Ilya Prigogine).
Futur antérieur, gebaseerd op een fantastisch kortverhaal van Jean Le Paillot, vertelt het verhaal van Paul Géniat, een regisseur. Hij maakt zich druk over een scène die moeilijk te filmen is, en verscheurt de krant die hij in zijn handen houdt, meer bepaald de foto van een bokser wiens gevecht hij via een live-uitzending beluistert. Enkele ogenblikken later wordt op de radio bekendgemaakt dat de bokser in kwestie tijdens het gevecht is ingestort en in de ring is overleden. De regisseur laat zich niet verontrusten door dit toeval, totdat hij de foto van zijn vrouw verscheurt om zijn liefde voor zijn minnares te bewijzen… Ingeleid door Maurice Béjart.
Le Testament de Mr Breggins
Jean-Louis Colmant
Le Testament de Mr Breggins
Jean-Louis Colmant, Belgique 1965, Françoise Oriane, Pierre Dermo, Nelly Corbusier ⁄ ZW ⁄ 28’ ⁄ V: FR
Jean-Louis Colmant (1926-2001) is een Belgische regisseur, scenarioschrijver en toneelregisseur. Hij begint zijn carrière bij de RTB (Radio-Télévision belge) in 1950 en maakt er een reeks televisieprogramma’s. Hij regisseert vooral mysterieseries en misdaadreeksen, vaak gebaseerd op literatuur, waaronder Les Anges de la nuit (1968)[27], naar Les Mystères de Londres van Paul Féval uit 1844, en Télé-mystères (1969), met een scenario van auteur Stanislas-André Steeman[28]. Hij maakt ook enkele fictiefilms, onder meer de kortfilm L’Attaque de la diligence (1959) en La Belote de Ture Bloemkuul, samen met Emile-Georges De Meyst (1956)[29].
Le Testament de Mr Breggins is gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Thomas Owen (1945). We volgen de laatste uren van Mr Breggins, die zijn eigen dood bijwoont en als een geest getuige is van de eerste reacties van zijn naasten en hun ware bedoelingen. Dit fantastische verhaal, dat meer naar komedie neigt dan naar mysterie, speelt met superimposities, in een stijl die herinnert aan bepaalde kortfilms van Georges Méliès, en met de techniek van de fotoroman. Ingeleid door Jacques Brel.
Le Voyageur
Françoise Levie
Le Voyageur
Françoise Levie, Belgique 1967, Sonia Servais, André Ernotte, Olivier de Saedeleere ⁄ ZW ⁄ 27’ ⁄ V: FR
Françoise Levie (1940-) is een Belgische regisseur en producent. Als dochter van producent Pierre Levie werd ze vanaf haar kindertijd ondergedompeld in de filmwereld. Haar carrière begint bij de RTBF (Radio-Télévision belge francophone), op de dienst “onderzoeken en reportages”. Ze werkt ook als scriptverantwoordelijke en is regieassistente voor verschillende Contes fantastiques. Daarna wordt ze producent bij Sofidoc (het productiehuis van Pierre Levie), voordat ze haar eigen bedrijf opricht: Memento Productions. Ze maakt voornamelijk documentaires die elementen van fictie, reportage en historisch onderzoek combineren[30], zoals L’Homme qui voulait classer le monde (2002) en Mata Hari, mythe et réalité d’une espionne (1998).
Le Voyageur, gebaseerd op het gelijknamige korte verhaal van Thomas Owen (1962), vertelt het verhaal van Patricia, een jonge vrouw met verlamde benen, die wordt opgevangen door Franz, de oude bewaker van het kasteel. Elke dag gaat ze naar het kleine, verlaten stationnetje bij het kasteel, tot op een dag een mysterieuze reiziger uit de trein stapt. Hij blijkt alles te weten over Patricias verleden, zelfs over haar kindertijd en de tijd dat ze nog kon lopen. Ingeleid door Maurice Béjart.
[1] F. BOLEN, “De quelques producteurs, des vrais”, Ciné-dossiers n°62, juni 1977, pp. 13-14.
[2] Ibid, p. 14.
[3] A. LANCKMANS, J.-M. VLAEMINCKX, “Pierre Levie un producteur très animé”, Cinergie.be, [Online] www.cinergie.be.
[4] J. POLET, “DELIRE Jean”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, pp. 177-178.
[5] P. DAVAY, Cinéma de Belgique, Duculot, Gembloux, 1973, p. 94.
[6] Programma van de RTB, z.d. [17 oktober 196X ?], p. 20.
[7] P. LEDOUX, “Patrick Ledoux” – CINEMATEK archief
[8] z.n. “Les « Antennes de cristal 1968”, Le Soir, 04 oktober 1968.
[9] V. PINTO, “Portrait de Christian Mesnil : Christian Mesnil, l’amoureux”, Cinergie.be, [Online] www.cinergie.be; F. BOLEN, “Christian Mesnil, cinéaste à tête chercheuse”, Ciné-dossiers n°50, juni 1975, p. 1.
[10] F. PAENHUIJSEN, “Entretien avec Christian Mesnil”, Revue belge du cinéma n°4, 1974, p.3-4.
[11] R. MICHELEMS, “MESNIL Christian”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, p. 299.
[12] ADI, “Les Gardiens de Christian Mesnil”, Les Amis du cinéma et de la télévision n°142, maart 1968, p. 21-22.
[13] “Palmares. Achtste nationaal festival van Belgische films”, 1969. (Cinematek archief).
[14] J. POLET, “DELIRE Jean”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, pp. 177-178.
[15] P. DAVAY, Cinéma de Belgique, Duculot, Gembloux, 1973, p. 94
[16] P. LEDOUX, “Patrick Ledoux” - CINEMATEK archief
[17] J. BOTERMANS, “Deroisy”,
in Académie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts, Nouvelle biographie nationale v.5, 1999, p. 115.
[18] J. POLET, “DEROISY Lucien”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, p. 190.
[19] J. POLET, “DELIRE Jean”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, pp. 177-178.
[20] P. DAVAY, Cinéma de Belgique, Duculot, Gembloux, 1973, p. 94.
[21] z.n., “La fiction au sixième Festival national des Films belges”, La Libre Belgique, 03 december 1964.
[22] J. POLET, « DELIRE Jean », in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, pp. 177-178.
[23] P. DAVAY, Cinéma de Belgique, Duculot, Gembloux, 1973, p. 94.
[24] P. MOSLEY, Split Screen : Belgian Cinema and Cultural Identity, State University of New-York, Albany, 2001, p. 36; P. DAVAY, Le cinéma de Belgique, Duculot, Gembloux, 1973, p. 97.
[25] Centre de l’Audiovisuel à Bruxelles, “J.-P. Colleyn & J-J Peche”, [Online] www.cbadoc.be
[26] J.-J. PECHE, “Jean-Jacques Péché”, in R. OLIVIER, Big Memory, Les Impressions Nouvelles, Bruxelles, 2011, p. 254 ; D. LEGRAND, “PECHE Jean-Jacques”, in AUBENAS, J., Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, p. 333.
[27] A.T., “Vous verrez bientôt : les Anges de la nuit”, Le Soir, 27 februari 1968.
[28] M. DE JONG, “L’émission ‘Télé-mystères’ démarre avec ‘Le condamné meurt à 5heures’”, Le Soir, 09 oktober 1969.
[29] F. SOJCHER, La Kermesse héroïque du cinéma belge. Des documentaires et des farces 1896-1965
t.1, L’Harmattan, Parijs, 1999, p. 134.
[30] D. LEGRAND, “Levie Françoise”, in, J. AUBENAS, Dic doc. Le dictionnaire du documentaire, Communauté française de Belgique, Brussel, 1999, p. 275.











































