“Ik wilde een echt Belgische film maken, geen pseudo-Franse of pseudo-Amerikaanse. Omdat België na Zweden het land is met de meeste bejaarden, besloot ik dat onderwerp aan te snijden: de derde leeftijd in rusthuizen. Ik had trouwens een grootvader die op een dag wegliep en uit zijn woonzorgcentrum ontsnapte!” — Benoît Lamy[1]
- Regisseur :
- Benoît Lamy
- Jaar :
- 1973
- Land :
- België, Frankrijk
- Acteurs :
- Marcel Josz, Elise Mertens, Ann Petersen
- Film Formaat :
- kleur
- Duur :
- 89'
- Versies :
-
V : FR ⁄ ST : —
V : FR ⁄ ST : FR & NL
V : FR ⁄ ST : EN
V : FR ⁄ ST : NL
Benoît Lamy (1945–2008) studeert aan het Institut des Arts de Diffusion (IAD), waar hij later ook lesgeeft, en loopt vervolgens stage in Italië en Frankrijk. Daarna werkt hij als assistent-regisseur voor verschillende filmmakers, onder wie Pier Paolo Pasolini (tijdens de opnames van Œdipe Roi), Lucien Deroisy en Pierre Laroche. Lamy is daarnaast ook actief bij de Franstalige Belgische openbare omroep RTBF en richt in 1976 zijn eigen productiehuis op, Lamy Film. Naast Home Sweet Home is hij bekend om films als Jambon d’Ardenne, La vie est belle (1987, met Ngangura Mweze) en Cartoon Circus (1972, met Picha).

Home Sweet Home is geïnspireerd door de idealen van mei 1968 en de vergrijzing in België. Lamy besluit daarom een bevolkingsgroep in beeld te brengen die in de cinema vaak over het hoofd wordt gezien: de bejaarden. We volgen het personage Jules, een onruststoker die zich ergert aan de manier waarop hij en de andere bewoners van het tehuis worden behandeld, en de bewoners ertoe aanzet hun lot in eigen handen te nemen en een revolutie te ontketenen.
Home Sweet Home wordt vanwege zijn onderwerp vaak als een sociale film bestempeld, terwijl Lamy zelf veeleer een komisch project[2] voor ogen had. Home Sweet Home toont zowel komische als burleske accenten, maar is vooral, zoals Benoît Lamy het zelf omschrijft, “een libertaire, tedere en sarcastische film”[3]. Het is bovendien een film die sterk doordrongen is van een Belgisch karakter, en meer bepaald van een Brusselse gevoeligheid, zowel door de locatie als door de keuze van de acteurs. Naast de twee sterren van de Franse cinema — Claude Jade, die de autoritaire jonge verpleegster vertolkt, en Jacques Perrin, die de jonge maatschappelijk werker speelt, de film mede produceerde en hem essentiële financiële steun verleende — zijn ook grote Belgische theateracteurs te zien, onder wie Marcel Josz, Ann Petersen en Jacques Lippe, met een opmerkelijke présence. De meeste bewoners van het tehuis worden echter vertolkt door niet-professionele acteurs, gerekruteerd in cafés uit de volkswijken van de hoofdstad. Zij spreken Brussels dialect en vertonen uitgesproken “Belgische”[4] karaktertrekken.
De film was een enorm succes in België en ook in het buitenland — het was de eerste Belgische speelfilm die in de Verenigde Staten werd gedistribueerd — en won er bijna vijftien prijzen, waaronder de Speciale Juryprijs op het Filmfestival van Moskou.[5]
[1] « Echos du septième art » - L.H., La Libre Belgique, 15-16 août 1973.
[2] F. SOJCHER, La Kermesse héroïque du cinéma belge. Le miroir déformant des identitiés cutlurelles, 1965-1988, L’Harmattan, Paris, 1999, p. 197.
[3] « Echos du septième art » - L.H., La Libre Belgique, 15-16 août 1973.
[4] J. AUBENAS, “Home Sweet Home”, in M. THYS, Belgian Cinema – Le cinéma belge – De Belgische film, Ludion – Cinémathèque Royale de Belgique, Gand-Amsterdam – Bruxelles, 1999, p. 254.
[5] C. DELCOMMUNE & S. GORIELY, « Home Sweet Home (and the legacy of Benoît Lamy, 1945-2008), in M. BLOCK & J. SZANIAWSKI, Directory of World Cinema : Belgium, Intellect Books, Chicago, 2013, p. 158.









